Grofmotorische ontwikkeling:

Kinderen met achterstand in grofmotorische ontwikkeling
(kruipen, lopen, rennen en klimmen)

Achterstand in de grofmotorische ontwikkeling. Wat is het?

Grof-motorische vaardigheden zijn de grote bewegingen van het lichaam, zoals zitten, kruipen, staan, lopen, springen, rennen en klimmen. Deze vaardigheden vormen de basis voor vrijwel alle dagelijkse activiteiten. Sommige kinderen ontwikkelen deze bewegingen later dan hun leeftijdsgenoten. Een achterstand in de grofmotorische ontwikkeling kan op zichzelf staan, maar komt ook regelmatig voor bij kinderen die te vroeg zijn geboren, weinig beweegervaring hebben, veel schermtijd krijgen, hypermobiel zijn of te maken hebben met een chronische of neurologische aandoening. Ook angst om te bewegen of motorische onrijpheid kan een rol spelen.

Maak een afspraak om je klachten door één van onze fysiotherapeuten te laten beoordelen. 

Hoe herken je een grofmotorische achterstand? 

Bij baby’s en dreumesen valt vaak op dat rollen, zitten, kruipen of lopen later komen. Sommige kinderen bewegen weinig, tonen weinig variatie in spel of voelen slap aan doordat ze een lage spierspanning hebben. Ze worden sneller moe tijdens het spelen en hebben moeite om langere tijd zelfstandig te zitten of te verplaatsen. 

Bij peuters en kleuters zie je vaak moeite met rennen, springen, klimmen of traplopen. Ze vallen vaker, bewegen onhandig of vinden balspellen lastig. Het evenwicht kan onzeker zijn en sommige kinderen durven niet goed te klimmen of op hoogte te bewegen. Spelen in de buitenruimte vraagt meer energie, waardoor ze sneller vermoeid raken. 

Schoolgaande kinderen laten de achterstand vaak zien in de gymzaal of tijdens het buitenspelen. Ze hebben moeite met onderdelen zoals balspellen, koprollen, rennen of klimactiviteiten. Het uitvoeren van motorische opdrachten kost veel energie, wat kan leiden tot vermoeidheid in de klas. Sommige kinderen krijgen minder plezier in sport en kunnen hierdoor soms activiteiten vermijden. 

Daarnaast zien we dat kinderen met ADHD of autisme meer moeite kunnen hebben met zich motorisch te ontwikkelen en hebben vaker minder lichaamsbesef. Hierdoor kunnen ze ook problemen hebben met poepen en plassen.

 

 

Mogelijke oorzaken 

Een grofmotorische achterstand kan worden veroorzaakt door prematuriteit, weinig beweegervaring in de eerste levensjaren, lage spierspanning of hypermobiliteit. Soms is er sprake van motorische onrijpheid of onzekerheid tijdens bewegen. Ook neurologische factoren, perinataal letsel of chronische aandoeningen zoals cystic fibrose, jeugdreuma, spierziekten of de gevolgen van kankerbehandeling kunnen van invloed zijn. Overgewicht speelt eveneens een rol bij sommige kinderen, omdat bewegen zwaarder wordt en motorische uitdagingen soms worden vermeden. Niet altijd is er een aanwijsbare oorzaak; sommige kinderen hebben eenvoudigweg meer tijd of gerichte ondersteuning nodig om hun motorische ontwikkeling verder op gang te brengen. 

Wat kun je thuis en op school doen? 

Kinderen profiteren van dagelijkse beweegmomenten. Spelen op de grond, klimmen, kruipen, springen, fietsen en hinkelen helpen om motorische vaardigheden te versterken. Het stimuleren van blote-voeten-activiteiten verbetert het evenwicht en de spieractivatie. Minder passieve tijd en minder schermgebruik zijn gunstig voor de motorische rijping. Het is belangrijk om bewegen leuk te maken en aan te sluiten bij wat een kind al kan. Door vertrouwen te geven, succeservaringen te benoemen en samen creatief te spelen, groeit zowel de motoriek als het zelfvertrouwen. Op school is het waardevol om afspraken te maken over passende ondersteuning tijdens de gymles of bij beweegactiviteiten op het schoolplein. 

Aanpak van de kinderfysiotherapeut 

De kinderfysiotherapeuten van Fysio-Specialist onderzoeken eerst waardoor de grofmotorische achterstand wordt veroorzaakt. Zij kijken naar motorische vaardigheden, spierspanning, balans, kracht en coördinatie en observeren hoe het kind beweegt tijdens spel. Er kan ook de movement ABC of Bayleys worden afgenomen om de motoriek in kaart te brengen. Met name het kwalitatieve, dus hoe de beweging gemaakt wordt, is hierbij belangrijk. Indien nodig wordt samengewerkt met artsen of andere disciplines. 

De behandeling bestaat uit spelenderwijs trainen van motorische vaardigheden, het vergroten van kracht en balans en het verbeteren van coördinatie en uithoudingsvermogen. Er wordt veel aandacht besteed aan succeservaringen, zodat kinderen meer vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen. Voor oudere kinderen kan aanvullende training gericht zijn op balvaardigheden of sport specifieke bewegingen. Daarnaast krijgen ouders en scholen adviezen om het kind in het dagelijks leven goed te ondersteunen. 

Het doel van de behandeling is dat kinderen hun gemiste mijlpalen inhalen, meer plezier krijgen in bewegen en beter kunnen deelnemen aan spel, school en sport. 

Literatuur 

Mohd Nordin, A., Ismail, J., & Kamal Nor, N. (2021). Motor development in children with autism spectrum disorder. Frontiers in pediatrics, 9, 598276. 

Zaragas, H., Fragkomichelaki, O., Geitona, M., Sofologi, M., Papantoniou, G., Sarris, D., ... & Papadimitropoulou, P. (2023). The effects of physical activity in children and adolescents with developmental coordination disorder. Neurology international, 15(3), 804-820.